De Wet DBA en schijnzelfstandigheid - wat moet jij hierover weten?
Feb 27, 2025
Vanaf 1 januari 2025 handhaaft de Belastingdienst strenger op schijnzelfstandigheid. Voor veel ondernemers roept dit vragen op: want wanneer ben je zzp'er en wanneer is er sprake van schijnzelfstandigheid? Recente uitspraken geven een inkijkje in de huidige visie van de rechtspraak. In deze blog vertel ik je meer over de Wet DBA, een recente uitspraak van de rechtbank Rotterdam, het Deliveroo-arrest, de toevoegingen van de Hoge Raad van 21 februari 2025 en over waarom het voor jou als ondernemer belangrijk is om hier alert op te zijn.
Wat is de Wet DBA?
De Wet DBA (Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties) is in het leven geroepen om duidelijkheid te scheppen over arbeidsrelaties tussen opdrachtgevers en zzp'ers. Het doel van deze wet is om ‘schijnzelfstandigheid’ te voorkomen. Met schijnzelfstandigheid wordt de situatie bedoeld waarin iemand als zzp'er werkt, maar in de praktijk als werknemer functioneert. Dit is een belangrijk verschil, omdat dit invloed heeft op de belastingverplichtingen en sociale premies van de betrokken partijen.
Volgens de Wet DBA zijn zowel de opdrachtgever als de opdrachtnemer verantwoordelijk voor het beoordelen van hun arbeidsrelatie. Ze moeten samen beoordelen of er sprake is van een zelfstandige opdracht of van een dienstverband en ze moeten samen voorkomen dat er sprake is van schijnzelfstandigheid.
Er wordt in de praktijk veel gesproken over ‘de nieuwe wetgeving’ per 1 januari 2025, maar dat is niet juist. De Wet DBA bestaat namelijk al sinds 2016. Wat er wel veranderd is, is dat de Belastingdienst vanaf 1 januari 2025 strenger is gaan controleren op schijnzelfstandigheid. Dit heeft onder ondernemers voor veel onrust gezorgd.
Wat als je 2,5 jaar voor één opdrachtgever werkt?
Recent heeft de rechtbank Rotterdam een uitspraak gedaan waarin goed naar voren kwam wat het belang is van een juiste kwalificatie van de arbeidsrelatie. In deze zaak ging het om een salesmanager die werkzaam was bij ByBlue op basis van een ‘consulting agreement’. Na een conflict besloot ByBlue om de overeenkomst met de salesmanager te beëindigen. Vervolgens stelde de salesmanager dat er toch sprake zou zijn van een arbeidsovereenkomst.
De rechtbank Rotterdam oordeelde in dit geval op basis van de criteria uit het Deliveroo-arrest (later in deze blog lees je hier meer over) dat er geen sprake was van een arbeidsovereenkomst, maar dat de salesmanager als zelfstandige kon worden aangemerkt.
Welke factoren speelden een rol bij de uitspraak?
De volgende overwegingen speelden een belangrijke rol bij het oordeel van de rechtbank:
- De overeenkomsten waren van beperkte duur, twee keer één jaar en daarna stilzwijgend verlengd.
- De salesmanager had de vrijheid om zijn tijd en uren naar eigen inzicht in te delen.
- De werkzaamheden van de salesmanager waren wel ‘ingebed’ in de organisatie, maar er is niet gebleken dat de salesmanager zelf als persoon ook structureel ingebed was in de organisatie.
- Inbedding verwijst naar de mate waarin een persoon, proces of taak is geïntegreerd in de structuur en cultuur van een organisatie (bijvoorbeeld: voert iemand dezelfde werkzaamheden uit als vaste collega’s, gaat hij mee op teamuitjes, zijn de werktijden gelijk, en moet hij verantwoording afleggen?).
- De salesmanager is degene die de overeenkomst heeft opgesteld, het was zijn intentie om een overeenkomst van opdracht aan te gaan. Voordat de salesmanager bij ByBlue aan de slag ging was hij eveneens als zzp'er werkzaam.
- De salesmanager was zelf verantwoordelijk voor de facturatie van zijn vergoeding, het afdragen van belasting en het opbouwen van een pensioen.
- De afgesproken beloning van de salesmanager was twee keer zo hoog als het salaris dat hij zou hebben gekregen als hij in loondienst was geweest bij ByBlue.
- De salesmanager liep zelf het commerciële risico (geen doorbetaling bij ziekte en persoonlijke aansprakelijkheid).
- Uit de wijze waarop de salesmanager zijn vergoeding declareerde, op naam van een van zijn twee bedrijven, en het feit dat de salesmanager ook voor 5% aandeelhouder was geworden van ByBlue bleek dat hij zich in het economische verkeer ook als ondernemer gedroeg.
Deze punten samen wezen erop dat er geen sprake was van een dienstverband, maar van een zelfstandige opdracht. De rechtbank Rotterdam heeft het verzoek van de salesmanager om de overeenkomst alsnog aan te merken als arbeidsovereenkomst daarom afgewezen.
Wat is het Deliveroo-arrest?
In de hierboven genoemde uitspraak heeft de rechtbank Rotterdam de situatie beoordeeld op basis van de criteria uit het Deliveroo-arrest. Het Deliveroo-arrest is van groot belang voor de beoordeling van schijnzelfstandigheid, omdat de Hoge Raad in dit arrest heeft bepaald dat alle omstandigheden van een samenwerking samen bepalen of er sprake is van een arbeidsovereenkomst of een overeenkomst van opdracht.
👉🏻 Kort gezegd: je kunt in een contract opnemen dat iemand als zzp’er werkt, maar als uit de praktijk blijkt dat hij hetzelfde functioneert als een werknemer, dan kan de Belastingdienst alsnog concluderen dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst.
Het Deliveroo-arrest geeft daarmee een duidelijk kader voor de beoordeling van schijnzelfstandigheid. Door de Hoge Raad is in dit arrest bepaald dat in ieder geval de volgende criteria van belang zijn om te kunnen bepalen of iemand een zelfstandige is of feitelijk als werknemer moet worden gezien:
- De aard en de duur van de werkzaamheden;
- Is het werk specialistisch of kan het ook door een werknemer in de organisatie worden uitgevoerd?
- Hoelang duurt de opdracht?
- De wijze waarop de werkzaamheden en de werktijden worden bepaald;
- Kan de opdrachtnemer zelf zijn werktijden bepalen?
- Heeft de opdrachtnemer vrijheid in de manier waarop hij zijn werkzaamheden uitvoert?
- De inbedding van het werk en degene die de werkzaamheden verricht in de organisatie en de bedrijfsvoering van degene voor wie de werkzaamheden worden verricht;
- Wordt het werk in nauwe samenwerking met andere werknemers uitgevoerd?
- Vinden er functioneringsgesprekken plaats?
- Neemt de opdrachtnemer deel aan bedrijfsactiviteiten, trainingen vanuit de organisatie en teamuitjes?
- Het al dan niet bestaan van een verplichting het werk persoonlijk uit te voeren;
- Is de opdrachtnemer verplicht het werk persoonlijk uit te voeren of kan hij dit ook door iemand anders laten doen?
- De wijze waarop de contractuele regeling van de verhouding van partijen tot stand gekomen is;
- Is er sprake van een modelcontract dat door de opdrachtgever is opgesteld?
- Heeft de opdrachtnemer onderhandeld over de inhoud van het contract?
- De wijze waarop de beloning wordt bepaald en waarop deze wordt uitgekeerd;
- Wordt er per uur/week/maand betaald?
- Wordt er op factuurbasis betaald?
- Is er sprake van een resultaatverplichting?
- De hoogte van deze beloningen;
- Hoe hoog is de vergoeding in verhouding tot het salaris van de werknemers in de organisatie?
- De vraag of degene die de werkzaamheden verricht daarbij commercieel risico loopt;
- Krijgt de opdrachtnemer doorbetaald als hij niet werkt?
- Wie is er aansprakelijk bij schade?
- Ondernemerschap
- Gedraagt de opdrachtnemer zich in het economisch verkeer als ondernemer of kan hij zich als ondernemer gedragen? Bijvoorbeeld bij het verwerven van een reputatie, bij acquisitie of voor wat betreft de fiscale behandeling van zijn inkomsten?
Toevoeging Hoge Raad 21 februari 2025
In aanvulling op de hiervoor genoemde criteria waren er door het Gerechtshof Amsterdam nog een aantal prejudiciële vragen (vragen die een rechter stelt aan een hogere rechter, zoals de Hoge Raad, om zeker te weten hoe een bepaalde wet moet worden uitgelegd voordat hij een beslissing neemt in een rechtszaak) gesteld aan de Hoge Raad over de rangorde van de hierboven genoemde criteria en over het begrip ‘ondernemerschap’ zoals hierboven opgenomen onder punt 9.
Op 21 februari 2025 zijn deze vragen door de Hoge Raad beantwoord. De Hoge Raad heeft allereerst bepaald dat er geen rangorde geldt bij de beoordeling van de hierboven onder 1 - 9 genoemde criteria en dat alle genoemde criteria dus even zwaar meetellen.
Door de Hoge Raad is daarnaast bepaald dat er bij de beoordeling van het ‘ondernemerschap’ onder punt 9 niet alleen gekeken moet worden naar de relatie met de betreffende opdrachtgever, maar dat er ook gekeken moet worden naar externe factoren buiten deze relatie.
Dit betekent dat ook wordt meegewogen of je voor meerdere opdrachtgevers werkt en zelf actief nieuwe opdrachten werft. Het kan hierdoor dus voorkomen dat dezelfde werkzaamheden voor dezelfde opdrachtgever in het ene geval wel als arbeidsovereenkomst worden aangemerkt en in het andere geval niet, afhankelijk van het ondernemerschap van de medewerker.
Waarom is dit voor jou als ondernemer zo belangrijk?
Deze informatie is voor jou als ondernemer van belang, omdat de strengere handhaving door de Belastingdienst op schijnzelfstandigheid grote gevolgen kan hebben. De Wet DBA verplicht zowel de opdrachtgevers als de opdrachtnemers om kritisch te kijken naar de invulling van de samenwerking en te voorkomen dat er sprake is van een verkapt dienstverband.
De hiervoor genoemde uitspraken benadrukken dat bij de beoordeling van een arbeidsrelatie niet alleen de contractuele afspraken van belang zijn, maar vooral ook de feitelijke invulling van de samenwerking. Omstandigheden zoals de mate van inbedding in de organisatie, de vrijheid om zelf de werktijden en werkwijze te bepalen, het commerciële risico en de wijze waarop de beloning plaatsvindt kunnen hierbij een doorslaggevende rol spelen.
Het is belangrijk om regelmatig kritisch naar je eigen situatie te kijken. Hierdoor kun je problemen met de Belastingdienst en juridische geschillen in de toekomst voorkomen. Voldoe jij aan de kenmerken van een echte zelfstandige, of loop je risico op schijnzelfstandigheid? Twijfel je over jouw situatie en wil je zeker weten dat je geen risico loopt? Neem gerust contact met mij op voor persoonlijk advies!